IRS cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van IRS te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van IRS.

Bekijk het origineel

LIJDEN en levensheiliging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LIJDEN en levensheiliging

8 minuten leestijd

Terwijl ik het las, werd ik geboeid door de grondgedachte: het lijden heeft voor een christen een eigen zin. Toch vroeg ik mij telkens af: Gaat de schrijver soms niet even over de schreef? Stelt hij het lijden niet enigszins voor als een soort verdienstelijk werk ?

Want daar wil ik, op grond van de Schrift, niets van weten. Ik walg van elke vorm van eigen verdienstelijkheid, want die loopt onverbiddelijk uit op eigen roem. En de zelfvoldaanheid wordt in de Schrift radikaal afgesneden en veroordeeld.

Zo zou ik het Wang Ming-too nooit kunnen nazeggen: „Niets kan mijn geloof aan het wankelen brengen, want zovele jaren van intens lijden hebben mijn geloof gezuiverd".

Voor mij is de enige reden waarom ik zeker ben dat ik volharden zal tot het einde, niet het feit dat ik door lijden geleerd heb Zijn hand steeds vaster te grijpen, maar het feit dat Hij beloofd heeft dat niemand mij zal rukken uit Zijn hand (Joh. 10:28). Wél is het waar dat dit geloof van mij in die belofte steeds meer gelouterd is door het lijden dat we allemaal moeten meemaken. Daardoor begrijp je steeds meer het lijden van Christus, waarop Hij Zijn belofte aan mij baseert. En op grond van dat diepere zicht op het lijden van Christus, is ook mijn heilszekerheid sterker geworden.

De theologie van het kruis.

Luther heeft tegenover de r.-k. theologia gloriae zijn theologia crusis (de theologie van het kruis) geleerd. Wij verkeren nog niet in de toestand van de uiterlijke verheerlijking. De weg van een christen is de weg van het kruis.

Toch vraag ik mij af of hij zich desondanks niet te sterk heeft afgezet tegen de r.-k. ascese. Ergens las ik van hem, dat hij heel vaak in zijn brieven aan zijn vrouw schrijft over het bier dat hij in de verschillende plaatsen te drinken kreeg: opperbest, best, goed, matig, slecht. Ik kan hem daarin niet goed volgen.

Zeker, ik weet dat Paulus zijn afkeuring uitspreekt over dwaalleraars die het huwelijk verbieden en het genot van spijzen. En dan stelt hij als regel: "Want alle schepsel Gods is goed en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde" (1 Tim.4:4).

Maar in 1 Kor. 10:24-27 verkondigt hij duidelijk een bepaalde vorm van ascese en roept hij ons op dat we ons lichaam in bedwang moeten houden, het moeten tuchtigen en het moeten "brengen tot dienstbaarheid" aan onze geest.

Ik ken ook Pred.9:7-9 waar we worden aangespoord om ons brood met vreugde te eten en de wijn met een vrolijk hart. Ik weet dat Prediker ons voorhoudt: "Laat uw klederen te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken". Prediker verlangt van ons dus allerminst dat we altijd in het zwart gekleed gaan.

En onze trouwtekst (van ds. van Teylingen, die ons huwelijk bevestigde) was:"Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven". Die laatste woorden geven toch een bepaalde kleur aan elke aardse genieting. Sinds de zondeval heeft ons leven iets ijdels gekregen. We missen de volheid van de omgang met God, die aan Adam en Eva in het paradijs ten deel viel, voordat zij zich van God afkeerden. De schaduw van onze zondigheid hangt over ons ganse bestaan, dus ook over elke genieting.

De prijs van Zijn bloed.

Maar wat ik nog belangrijker vind: Wij zijn verlost van de eeuwige dood door een ontzettend lijden en sterven van Gods eigen geliefde Zoon. En dat kan ik nooit vergeten. Ik ben gekocht, niet met zilver of goud, maar met het dierbare bloed van Christus, waarachtig God, maar ook waarachtig mens.

Zeker, ik mag nu genieten van de vrijheid, die Christus voor mij verworven heeft. Maar ik" kan nooit die vreselijke prijs uit het oog verliezen.

Het lijdensverhaal is niet weg te snijden uit het Evangelie. Het staat daar als een eeuwig gapende afgrond, als een geheimenis waaraan ik deel heb.

Christus is de Opgestane, inderdaad, maar de Opgestane uit de dood. En ook ik ben in Zijn kracht opgestaan, maar eveneens uit de dood, waarin ik lag. Opstanding en dood horen bij ons, christenen, wezenlijk bij elkaar.

Onuitsprekelijke en heerlijke vreugde

Betekent dit nu dat het leven van een christen daardoor iets sombers moet hebben? Beslist niet!

De gelovige mag beschikken over een bron van "onuitsprekelijke en heerlijke vreugde"(l Petr.l:8) nl. Jezus Christus.

Wie eenmaal uit die bron gedronken heeft, weet dat geen enkele genieting op aarde die vreugde kan evenaren. Ze gaat elke vorm van vrolijkheid in dit leven verre te boven. Ze kan een mens dronken maken van zaligheid en geluk.

Maar ik meen dat, naarmate ons meer lijden overkomt in dit leven, wij ook dichter naderen tot deze heilige Bron, de opgestane én de lijdende Heiland, zodat wij er met voller teugen uit kunnen drinken.

Ik meen dat allerlei Bijbelteksten die Chao aanhaalt in zijn artikel, in die richting wijzen.

Hoe verwerkt ú het lijden dat God u overzendt?

Koortsen, lichaamspijnen, vernederingen, hevige koude of hitte, tegenslagen in uw zaak, een onprettige werkkring waarin anderen u proberen te treiteren, spanningen en onbegrip in uw gezin, eenzaamheid, enzovoort.

Berust u daar alleen maar in, omdat God dat nu eenmaal wil of althans toelaat? Maar wordt alles dan niet tot een "doffe ellende"? Raak je dan op den duur niet gedeprimeerd?

Ik meen dat wij ons lijden mogen zien als een middel tot meer eenheid met Christus, dus tot meer " onuitsprekelijke en heerlijke vreugde".

Als u kiespijn hebt, dan is dat heel erg vervelend. Maar probeer u dan eens in te denken, hoe verschrikkelijk de lichamelijke pijnen van Jezus moeten zijn geweest, toen die drie uur vastgespijkerd hing aan het hout.

Als u zich gekrenkt voelt, uitgestoten, alleen, ga dan eens naar Golgotha en hoor Hem naar de hemel schreeuwen van verdriet: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?".

Probeer deze Man van smarten te begrijpen door uw eigen smarten heen. En ú hoeft deze beschouwing nooit te laten eindigen in Zijn lijden en sterven. U moogt uw meditatie altijd laten uitmonden in de heerlijkheid van de paasmorgen.

Geestelijke dorheid

Maar soms kan de Heere u geruime of korte tijd het zoete besef van zijn liefdevolle aanwezigheid onthouden. Dan lijkt de hemel van koper. U hebt de indruk dat uw gebeden niet eens het plafond van uw kamer halen. U voelt u geestelijk dor en doods.

Dan lijkt uw toestand veel op die van de bruid van het Hooglied:"Ik deed mijn Liefste open, maar mijn liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet" (Hl. 5 : 6).

Dan kun je aan de andere gelovigen vragen: Waar is mijn Geliefde? Maar hun antwoorden brengen Hem dan niet terug bij jou, ook al mag die ander op dat moment wél Zijn heerlijke nabijheid smaken.

Dan kunt ook u smeken: „Ik bezweer u, gij dochters van Jeruzalem, indien gij mijn Liefste vindt, wat zult gij Hem aanzeggen?" (v. 8). Maar zij antwoordden: „Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?"(6:l).

U moet ook die periode van geestelijke dorheid zien als een lijdenstijd, waardoorheen de Heere u voeren wil; niet om u maar wat te plagen, maar om u te leren de weg des kruises te gaan, de weg van het niet zien en toch geloven.

Zo verheerlijkt u Hem in het dorre vasthouden aan Zijn belofte. En zo goed als altijd zal de Heere u na die woestijn weer leiden naar een oase van rust met en in Hem. Dan zult u merken dat u Hem nog meer liefhebt dan vroeger, dat uw eenheid met Hem inniger is geworden dan ooit tevoren. En voor dat nieuwe honingdruppeltje van Zijn liefde hebt u alles over. Dan is alle voorbije leed al weer vergeten. Want onuitsprekelijk heerlijk is de vreugde in de liefde van Hem.

En zelfs al zou die periode van dorheid aanhouden tot uw dood, dan nog moet het u een voldoening zijn te weten dat u door dit „niet zien en toch geloven" de Heere zo uitermate grootmaakt. Aanvaard dan Zijn soevereine wil, die aan ieder schenkt naar gelang Hij wil. Blijkbaar rekent Hij u dan tot de sterken in het geloof dat Hij u gegeven heeft, zodat Hij van u mag vragen deze zuivere roem in Zijn belofte alleen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

LIJDEN en levensheiliging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1984

In de Rechte Straat | 32 Pagina's